ICL-studie toont CO₂-reductie aan met biologisch afbreekbare CRF in aardappelteelt
Praktijkproef in Nederland laat zien dat aardappeltelers hun CO₂-voetafdruk kunnen verlagen met eqo.x gecontroleerd vrijkomende meststoffen, zonder concessies te doen aan opbrengst.
Op deze pagina:
ICL-studie toont CO₂-reductie aan met biologisch afbreekbare CRF in aardappelteelt
Een praktijkproef van ICL in Nederland laat zien dat aardappeltelers hun CO₂-voetafdruk aanzienlijk kunnen verlagen door gebruik te maken van gecontroleerd vrijkomende meststoffen (CRF’s) met een biologisch afbreekbare coating. De resultaten tonen aan dat dit mogelijk is zonder negatieve gevolgen voor de opbrengst.
De pilot werd uitgevoerd op drie aardappelbedrijven in Flevoland en Zuid-Holland, met een totale oppervlakte van 31,12 hectare. De bedrijven teelden zowel consumptieaardappelen als aardappelen voor de verwerking tot friet. Het doel van de proef was om meer ervaring op te doen met het meten en certificeren van CO₂-reductie binnen de aardappelteelt.
Minder uitstoot, gelijke opbrengst
Tijdens de proef werd gebruikgemaakt van ICL’s gecontroleerd vrijkomende stikstofmeststof eqo.x. Dankzij de gecontroleerde afgifte van nutriënten sluit de beschikbaarheid van stikstof beter aan op de behoefte van het gewas. Hierdoor wordt de nutriëntenefficiëntie (NUE) verhoogd en nemen verliezen door uitspoeling en vervluchtiging af.
De drie deelnemende bedrijven produceerden gezamenlijk 1.832 ton aardappelen, met een gemiddelde opbrengst van 58,87 ton per hectare. Tegelijkertijd werd een CO₂-reductie van 7,5% per ton geoogst product gerealiseerd ten opzichte van de referentiesituatie.
Modelberekeningen laten zien dat de reductie kan oplopen tot 25,8% wanneer de hogere nutriëntenefficiëntie volledig wordt benut en de bemestingsstrategie verder wordt geoptimaliseerd.
Hogere nutriëntenefficiëntie verlaagt emissies
Uit de analyse blijkt dat een groot deel van de klimaatimpact van de aardappelteelt samenhangt met het gebruik van stikstofmeststoffen. Door nutriënten geleidelijk vrij te geven op het moment dat het gewas deze nodig heeft, worden verliezen beperkt en kan efficiënter worden bemest.
De evaluatie van de resultaten laat de volgende emissiereducties zien:
- 1,7% minder emissies uit de productie van meststoffen
- 12,6% minder directe emissies op het veld
- 6,9% minder emissies door uitspoeling
- 35,4% minder emissies door vervluchtiging
“Ons doel was om te onderzoeken hoe we een hogere nutriëntenefficiëntie konden realiseren zonder opbrengstverlies,” zegt Levi Bin, accountmanager bij Agrifirm. “Wanneer je kijkt naar de CO₂-voetafdruk van de aardappelteelt, is ongeveer 40 tot 50 procent gerelateerd aan meststoffen, met name stikstofmeststoffen.”
Voorbereid op de toekomst
Gecontroleerd vrijkomende meststoffen zijn voorzien van een coating die de afgifte van nutriënten reguleert en afstemt op de opname door het gewas. Hierdoor worden verliezen beperkt en kunnen telers efficiënter omgaan met hun bemesting.
Daarnaast is eqo.x de eerste gecontroleerd vrijkomende meststof die een door de EU erkende certificering voor biologische afbreekbaarheid heeft verkregen, vooruitlopend op de regelgeving die vanaf oktober 2028 van kracht wordt.
“Deze certificering laat zien waar de sector naartoe beweegt,” zegt Ronald Clemens, Global Portfolio Manager CRF bij ICL. “Met eqo.x bieden we telers een bewezen, toekomstbestendige oplossing die uitstekende agronomische prestaties combineert met duurzame vooruitgang.”
Opschaling naar andere gewassen
Op basis van de positieve resultaten onderzoekt ICL mogelijkheden om het initiatief op grotere schaal uit te rollen. Daarbij wordt gekeken naar toepassingen op duizenden hectares wereldwijd en naar andere gewassen, waaronder uien, suikerbieten, rijst, koffie en palmolie.
“Er zijn niet veel eenvoudige manieren om de CO₂-voetafdruk van voedingsgewassen substantieel te verlagen,” zegt Georg Lemperg, Global Sustainability Partnerships Manager bij ICL Growing Solutions. “Dit is een effectieve oplossing die aanzienlijke emissiereducties mogelijk maakt door een hogere nutriëntenefficiëntie, terwijl het tegelijkertijd het werk van de teler vereenvoudigt.”
Het volledige artikel is terug te lezen in New Ag International via deze link







