Slimmer, duurzamer en gerichter orchideeën telen met data
“Slimme technologie vraagt om slimme telers: data stuurt niet vanzelf.”
Op deze pagina:
Levoplant is toonaangevend in de teelt van phalaenopsis en loopt voorop in datagestuurd telen. Volgens teeltspecialist Danny Immerzeel levert dat veel op. “Sturen op basis van data stelt ons in staat om duurzamer te werken én om het optimale uit het gewas te halen. Maar het vergt ook iets: je moet dúrven vertrouwen op sensoren en algoritmen en de data op de juiste manier analyseren en interpreteren.”
Met een oppervlak van 11 hectare hoort Levoplant tot de grootste orchideeënbedrijven van Europa. Op dit moment telt de kwekerij, die eigendom is van Ron Fransen en Henry Duijvestijn, drie locaties in het Westland. In 2026 komt daar nog een vierde locatie bij. “Dan groeien we door naar 17 hectare”, vertelt Danny. “Onze locaties zijn in alle opzichten bij de tijd. Zo telen we onder full-LED en hebben we al flinke stappen gezet in de verduurzaming van onze energievoorziening. We maken bijvoorbeeld volop gebruik van aardwarmte, werken met warmtepompen en er is een warmte-koudeopslag.”

Waarom telers onmisbaar blijven
Levoplant werkt al jarenlang met datagestuurd telen. Vooral de laatste jaren maken deze technieken een sterke opmars binnen het bedrijf, geeft Danny aan. “We hebben al twintig jaar PAR-sensoren hangen, die de hoeveelheid licht in de kas meten. Sinds drie jaar werken we ook met de ultraslimme IIVO-klimaatcomputer. We voeren de gewenste PAR-som per dag in deze klimaatcomputer in. De IIVO bepaalt dan, op basis van onder meer sensordata, de data die de pyrgeometer vergaart en de weersverwachting, welke acties nodig zijn om de PAR-streefwaarde te halen. Zo past hij automatisch de scherminstellingen hierop aan. Op die manier weten we zeker dat de planten iedere dag de gewenste hoeveelheid licht krijgen.”
Toch blijft de menselijke component cruciaal, benadrukt Danny. “Je moet namelijk zelf de juiste streefwaarden en instellingen bepalen. Ofwel: voordat de boot het water op kan, moet je de koers bepalen. Vervolgens kan ’ie zelfstandig varen, maar je moet hem wel vanaf de wal in de gaten houden. Ook moet je vertrouwen krijgen in de sensoren en de algoritmen, je moet durven loslaten. Dat vergt tijd.”
Van gevoel naar datagestuurde actie
Levoplant verzamelt nog veel meer data in de kas. Zo worden lichtefficiency-meters ingezet, die in kaart brengen in hoeverre de plant het invallende licht benut. Op die manier wordt voorkomen dat de lampen onnodig aan staan en kunnen de CO₂-opname en groei worden geoptimaliseerd.
“Verder hebben we sensoren die de bladtemperatuur en de uitstraling meten en experimenteerden we een tijdlang met de inzet van biosensoren”, vertelt Danny. “Deze sensoren monitoren de elektrische signalen in de plant en geven inzicht in de plantbalans. Zo weet je wanneer een plant stress ervaart, bijvoorbeeld door droogte of een tekort aan voedingsstoffen. Daar kun je vervolgens gericht actie op ondernemen, om zo de plantgroei te optimaliseren.”
Sensoren als deze helpen in eerste instantie om het gevoel van een teler te onderbouwen met harde data, geeft Danny aan. “Gaandeweg kun je dan echt gaan sturen op de gegenereerde data.”
Biologische bestrijding slimmer sturen
Levoplant probeert ook de biologische bestrijding te optimaliseren door data te verzamelen en analyseren. De vangplaten op het bedrijf worden digitaal gescand, waarna een speciale app analyseert welke en hoeveel beestjes erop zitten.
“Je hoeft geen bioloog meer te zijn om een vangplaat te kunnen beoordelen”, zegt Danny. “Een foto maken met een iPhone is voldoende; dat kan iedereen. De vangplaatgegevens worden vervolgens ingeladen in het LetsGrow-platform. De data uit voorgaande jaren helpen ons om de inzet van biologische bestrijders ieder jaar verder te optimaliseren en de strategie continu te verbeteren.”
Van data naar betere teeltbeslissingen
Datagestuurd telen kan volgens de teeltmanager veel opleveren. “De inzet van innovatieve technieken helpt om duurzamer te werken én om het optimale uit het gewas te halen. Ook is minder geschoolde arbeid nodig. Een groot voordeel, aangezien deze steeds schaarser wordt. Daarnaast kun je met behulp van data en computertechnologie heel eenvoudig grote teeltoppervlakken aansturen. Ook dat is een pre, aangezien de bedrijven steeds groter worden.”
Het juist analyseren van data is volgens Danny cruciaal. “Je kunt enorm veel data verzamelen, maar het gaat er vooral om dat je op basis hiervan de juiste conclusies trekt. Én aan de hand daarvan de juiste teeltbeslissingen neemt. Pas dan genereer je maximale winst met de data die je verzamelt. Om die reden hebben wij als Levoplant een data-analist in dienst. Die is fulltime bezig met het analyseren van data en kijkt hoe we, op basis hiervan, de teelt kunnen optimaliseren.”
Slechte data leiden tot slechte beslissingen
Toch zitten er ook adders onder het gras, waarschuwt de teeltmanager. “Wanneer data niet op de juiste manier worden omgezet in de computer, kan een bug ontstaan en doet de software niet meer wat ’ie moet doen. Om dat te voorkomen, is het zaak om zowel de sensoren als de hard- en software goed te onderhouden. Ook moet je de sensoren met regelmaat ijken. Anders bestaat het gevaar dat sommige sensoren gaan afwijken en de gegenereerde data niet meer betrouwbaar zijn. Kortom: alles staat of valt met goed onderhoud.”



