Voedingsstoftekorten bij sierplanten herkennen en verhelpen
Wanneer planten onvoldoende voedingsstoffen kunnen opnemen, gaat dit ten koste van hun gezondheid, uitstraling en commerciële waarde.
Op deze pagina:
Een verstoorde plantengroei kan verschillende oorzaken hebben. Denk aan zuurstofgebrek in de wortelzone, weefselbeschadiging, te veel licht, koustress of veranderingen in de pH van het substraat. Ook voedingsstoftekorten hebben grote invloed op de uiteindelijke kwaliteit van siergewassen. Zodra de groei achterblijft of onregelmatig wordt, neemt de commerciële waarde van de plant af.
Welke gebrekssymptomen komen voor bij sierplanten?
Planten hebben een uitgebalanceerde toevoer van macro-, meso- en micro-elementen nodig. Iedere voedingsstof vervult een specifieke functie in de ontwikkeling van de plant en is onmisbaar voor een gezonde groei.
Volgens de Wet van het Minimum van Justus von Liebig wordt de plantengroei beperkt door de voedingsstof die in verhouding het minst beschikbaar is.
Een voedingsstoffentekort kan onder andere leiden tot:
- bruine bladranden;
- chlorose;
- bladverkleuring;
- rood- of paarsverkleuring;
- groeiremming;
- misvorming van bladeren of scheuten.
Waar de symptomen zichtbaar worden, hangt af van de voedingsstof die onvoldoende beschikbaar is.
Waar worden tekorten aan voedingstoffen zichtbaar?
Een voedingsstoffentekort kan zich uiten in de bladeren, wortels, scheuten, bloemen of in de gehele plant. Dit is onder andere afhankelijk van de mobiliteit van de betreffende voedingsstof in de plant en de ernst van het tekort.
Mobiele voedingsstoffen kunnen door de plant van oudere naar jongere delen worden verplaatst. Gebrekssymptomen worden daarom vaak als eerste zichtbaar in de oudere bladeren. Bij weinig mobiele of immobiele voedingsstoffen ontstaan de eerste symptomen meestal in jonge bladeren en groeipunten.

Belangrijkste gevolgen voor bladeren, wortels en bloemen
IJzerchlorose
Bij ijzerchlorose verkleuren de bladeren geel en blijft de plantengroei achter. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, ontstaat ijzerchlorose niet altijd doordat er te weinig ijzer wordt toegediend. De oorzaak is vaak dat de plant het aanwezige ijzer niet goed kan opnemen. Een geschikte pH van het substraat en regelmatige analyses van substraat en gietwater helpen om opnameproblemen en chlorose te voorkomen.
Vergeling van het blad
Bladeren kunnen ook geel worden door een tekort aan andere voedingsstoffen, zoals stikstof, zwavel, koper of zink. Afhankelijk van het betreffende element kan de vergeling:
- tussen de nerven van oudere bladeren ontstaan;
- zichtbaar worden in jonge bladeren aan de top van de plant;
- bij de oudste bladeren beginnen en zich vervolgens verder verspreiden.
Bladnecrose
Bij bladnecrose raakt het bladweefsel onherstelbaar beschadigd. Het weefsel sterft af en kleurt bruin. De symptomen beginnen vaak langs de bladranden en worden ook wel omschreven als bladverbranding.
Omkrullende bladeren
Een tekort aan magnesium, kalium, calcium of molybdeen kan ervoor zorgen dat de bladranden omhoog krullen. De bladeren blijven vaak kleiner dan normaal. Bij een ernstig tekort kunnen bladeren voortijdig afvallen.
Misvormde bladeren
Een tekort aan bijvoorbeeld zink of calcium kan leiden tot vervormde bladeren, onregelmatige bladranden, golvend blad of een afwijkende bladvorm. Hierdoor wordt ook de algemene ontwikkeling van de plant ongelijkmatig.
Bladval
Ernstige tekorten aan onder andere ijzer of magnesium kunnen voortijdige bladval veroorzaken. Dit begint vaak bij de oudste bladeren. Sterke ontbladering vermindert de visuele en commerciële kwaliteit van de plant aanzienlijk.
Beperkt wortelstelsel
Sommige voedingsstoftekorten remmen rechtstreeks de wortelontwikkeling. Een onvoldoende ontwikkeld wortelstelsel verzwakt de plant en maakt deze gevoeliger voor ziekten, droogte en andere stressomstandigheden.
Hoe herken je een tekort aan een specifieke voedingsstof?
Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste voedingsstoffen, hun functie in de plant en de meest voorkomende gebrekssymptomen.
Stikstof (N)
Stikstof is een belangrijk bestanddeel van chloroplasten en eiwitten en is essentieel voor de vegetatieve groei.
Gebrekssymptomen:
- oudere bladeren worden lichtgroen of geel, soms met vlekken;
- verminderde scheutgroei;
- relatief sterke wortelgroei ten opzichte van de bovengrondse plantendelen.

Guzmania ‘Ostara’ met bleke en vergelende oudere bladeren als gevolg van stikstoftekort.
Lees meer over stikstoftekort bij planten.
Fosfor (P)
Fosfor is belangrijk voor de celstructuur, de vorming van knoppen en zaden en de energieoverdracht in de plant. Daarnaast stimuleert fosfor de wortelgroei.
Gebrekssymptomen:
- een slecht ontwikkeld wortelstelsel;
- een rode, donkergroene of paarse verkleuring van oudere bladeren.

Verbena met een rode tot paarse verkleuring van oudere bladeren als gevolg van fosfortekort.
Lees meer over fosfortekort bij planten.
Kalium (K)
Kalium reguleert de werking van de huidmondjes en speelt een belangrijke rol in verschillende stofwisselingsprocessen. Daarnaast draagt kalium bij aan een sterke celstructuur.
Gebrekssymptomen:
- geremde plantengroei;
- bruine bladranden;
- sneller verwelken onder droge omstandigheden.

Kentiapalm met bruine bladranden en verwelkingsverschijnselen als gevolg van kaliumtekort.
Lees meer over kaliumtekort bij planten.
Magnesium (Mg)
Magnesium is een bestanddeel van chlorofyl en verschillende belangrijke enzymen.
Gebrekssymptomen:
- vergeling van oudere bladeren, beginnend aan de bladranden;
- de bladnerven blijven aanvankelijk groen;
- bij een aanhoudend tekort kan ook chlorose in jonge bladeren ontstaan.

Chamaecyparis lawsoniana met vergelende punten van oudere naalden als gevolg van magnesiumtekort.
Lees meer over magnesiumtekort bij planten.
Calcium (Ca)
Calcium is essentieel voor de opbouw van celwanden en de stabiliteit van celmembranen.
Gebrekssymptomen:
- verminderde transpiratie;
- glazige vlekken op jonge bladeren, bloemen of vruchten;
- necrose langs de bladranden;
- beschadiging of misvorming van jonge plantendelen.

Primula met glazige vlekken en necrotische randen op jonge bladeren als gevolg van calciumtekort.
Lees meer over calciumtekort bij planten.
Zwavel (S)
Zwavel is een bestanddeel van eiwitten en vitaminen. Het ondersteunt de wortelgroei, de vitaliteit van de plant en de vorming van bepaalde geurstoffen.
Gebrekssymptomen:
- jonge bladeren verkleuren geel;
- de vergeling verspreidt zich later over de hele plant;
- de plantengroei blijft achter.

Pelargonium met een gelijkmatige vergeling van jonge bladeren als gevolg van zwaveltekort.
Lees meer over zwaveltekort bij planten.
IJzer (Fe)
IJzer is nodig voor de vorming van chloroplasten en voor een goede fotosynthese. Het ondersteunt daarnaast de wortelgroei.
Gebrekssymptomen:
- chlorose tussen de nerven van jonge bladeren;
- het blad verkleurt van lichtgroen naar geel;
- bij een ernstig tekort kan het blad vrijwel wit worden.

Potentilla met chlorose tussen de nerven van jonge bladeren als gevolg van ijzertekort.
Lees meer over ijzertekort bij planten.
Koper (Cu)
Koper is belangrijk voor de fotosynthese, de vorming van vitaminen en de verhouting van plantweefsel.
Gebrekssymptomen:
- necrose van knoppen, groeipunten, scheuten en bladeren;
- overmatige vertakking door verlies van de apicale dominantie;
- vergeling of omkrullen van jonge bladeren.

Lonicera met afgestorven scheutpunten en omkrullende jonge bladeren als gevolg van kopertekort.
Lees meer over kopertekort bij planten.
Zink (Zn)
Zink is nodig voor de productie van auxine en voor de werking van verschillende enzymen.
Gebrekssymptomen:
- achterblijvende of gedrongen groei;
- chlorotische vlekken op jonge bladeren;
- onvoldoende ontwikkeling van jonge plantendelen.

Poinsettia met achterblijvende groei en chlorotische vlekken op jonge bladeren als gevolg van zinktekort.Lees meer over zinktekort bij planten.
Mangaan (Mn)
Mangaan speelt een belangrijke rol in de fotosynthese. Het is daarnaast onderdeel van enzymen en van lignine, dat bijdraagt aan stevige celwanden.
Gebrekssymptomen:
- vergeling tussen de nerven van jonge bladeren;
- verminderde wortelgroei;
- groeiremming;
- misvorming van het blad;
- necrose bij een ernstig of langdurig tekort.

Pieris met vergeling tussen de nerven en misvormde bladeren als gevolg van mangaantekort.
Lees meer over mangaantekort bij planten.
Boor (B)
Boor is belangrijk voor de vorming van celwanden en de celdeling. Het ondersteunt vooral de ontwikkeling van groeipunten en jong plantweefsel.
Gebrekssymptomen:
- afsterven van het groeipunt;
- misvorming van jonge bladeren;
- afwijkend gevormde vruchten.

Hibiscus met misvormde jonge bladeren en afgestorven groeipunten als gevolg van boortekort.
Lees meer over boortekort bij planten.
Molybdeen (Mo)
Molybdeen maakt deel uit van enzymen die betrokken zijn bij de omzetting van nitraat naar eiwitten. Het speelt daarnaast een rol bij de vorming van bepaalde plantenhormonen.
Gebrekssymptomen bij jonge bladeren:
- misvorming;
- vergeling;
- necrose langs de bladranden.
Gebrekssymptomen bij oudere bladeren:
- vergeling als gevolg van een verstoorde stikstofstofwisseling.

Ribes met vergeling, misvorming en necrose langs de randen van jonge bladeren als gevolg van molybdeentekort.
Lees meer over molybdeentekort bij planten.
Hoe verhelp en voorkom je voedingsstoftekorten?
Het behoud van sterke, gezonde en visueel aantrekkelijke sierplanten begint met het voorkomen van tekorten aan voedingsstoffen en sporenelementen.
Een goed onderbouwd bemestingsplan houdt rekening met zoveel mogelijk teeltfactoren, waaronder:
- de voedingsbehoefte van het gewas;
- de samenstelling en eigenschappen van het substraat;
- de pH en EC;
- de kwaliteit van het gietwater;
- de teeltduur;
- de toegepaste meststoffen;
- de onderlinge interacties tussen voedingsstoffen.
Het doel is om gedurende de hele teelt de juiste balans van macro-, meso- en micro-elementen beschikbaar te stellen. Waar nodig kan het bemestingsplan worden aangevuld met een hoogwaardig en gericht sporenelementenpakket, zoals Micromax Premium.
Heb je vragen over gebrekssymptomen, de beschikbaarheid van voedingsstoffen of het optimaliseren van je bemestingsplan? Onze experts helpen je graag met advies dat aansluit op jouw gewas, substraat en teeltomstandigheden.

