Minder herbiciden op de fairway
Nieuwe fairwayproef onderzoekt hoe golfbanen minder afhankelijk kunnen worden van herbiciden.
Op deze pagina:
Golfbanen in heel Europa zoeken naar manieren om de kwaliteit van hun fairways te behouden en tegelijkertijd minder afhankelijk te worden van herbiciden. Bij Golfcentrum de Batouwe wordt daarom in een nieuwe meerjarige veldproef onderzocht wat bemesting, doorzaaien en mechanische harkbewerking daaraan kunnen bijdragen.
De beschikbaarheid van herbiciden staat in verschillende markten steeds verder onder druk, terwijl de verwachtingen rond speelkwaliteit hoog blijven. Voor greenkeepers levert dat een belangrijke vraag op:
Hoe behouden we een sterke, kwalitatief goede fairway met minder of zelfs zonder de inzet van herbiciden?
Hiervoor bestaat geen eenduidige oplossing. De toekomst ligt eerder in een geïntegreerde aanpak van grasbeheer: het combineren van gerichte bemesting, goede agronomie en cultuurtechnische maatregelen om een sterke, dichte grasmat te ontwikkelen die beter met onkruid kan concurreren.
Om daar betrouwbare praktijkdata over te verzamelen, hebben Golfcentrum de Batouwe, de DGB-groep en ICL gezamenlijk een meerjarige proef opgezet. Onder echte golfbaanomstandigheden wordt onderzocht hoe verschillende beheermaatregelen afzonderlijk én in combinatie invloed hebben op breedbladige onkruiden en de kwaliteit van de fairway.
DGB, of Duurzaam Golfbaan Beheer, is een Nederlands praktijknetwerk dat golfbanen helpt om het beheer duurzamer en toekomstbestendiger te maken. De organisatie stimuleert kennisdeling, praktijkonderzoek en datagestuurd werken.
Voor Dr Andy Owen, International Technical Manager, Turf & Landscape bij ICL, maakt juist die praktijkgerichte en langlopende aanpak de proef waardevol.
“We werken samen met de DGB-groep om golfbanen duurzamer te beheren. Het is een langetermijnproef met een langetermijnvisie.”

De Batouwe fairway proef in juli 2026.
Geen afzonderlijke maatregel, maar een geïntegreerde aanpak
Een belangrijk uitgangspunt van de proef is dat geen enkele beheermaatregel herbiciden volledig op eigen kracht zal kunnen vervangen.
Daarom wordt niet gezocht naar één wondermiddel. De proef brengt verschillende agronomische maatregelen samen die kunnen bijdragen aan een gezondere en dichtere grasmat. Een sterke grasmat laat minder open ruimte over waarin breedbladige onkruiden zich kunnen vestigen.
Andy legt uit:
“Een gezonde grasmat ontstaat niet door één goede beslissing, maar door honderden goede beslissingen die samen het verschil maken. Daarom onderzoeken we hoe bemesting, doorzaaien en cultuurtechnische maatregelen elkaar beïnvloeden, in plaats van alleen naar één oplossing te kijken.”
De proef richt zich op drie beheermaatregelen die op vrijwel iedere golfbaan kunnen worden toegepast:
- een gerichte bemestingsstrategie;
- doorzaaien;
- mechanische harkbewerking van het oppervlak.
Door deze maatregelen afzonderlijk en in verschillende combinaties te onderzoeken, wil het projectteam beter begrijpen welke aanpak de meeste invloed heeft op de onkruiddruk en de kwaliteit van de grasmat.
Onderzoek onder echte baanomstandigheden
De proef is aangelegd op fairway Kersen 7 van Golfcentrum de Batouwe. Daardoor worden de verschillende behandelingen niet onder gecontroleerde onderzoeksomstandigheden beoordeeld, maar binnen de dagelijkse praktijk van het golfbaanonderhoud.
Het project bouwt voort op een eerdere proef bij GC Princenbosch. De nieuwe proef is uitgebreider van opzet en onderzoekt meer combinaties van beheermaatregelen.
Binnen de bemestingsstrategie worden vijf stikstofbehandelingen met elkaar vergeleken:
- geen stikstof als controlebehandeling;
- gecontroleerd vrijkomende meststof (CRF) eqo.s toegepast in het voorjaar;
- CRF eqo.s toegepast in het najaar;
- CRF eqo.s toegepast in zowel het voorjaar als het najaar;
- vloeibare bemesting volgens de gebruikelijke aanpak van de golfbaan.
Deze behandelingen worden gecombineerd met doorzaaien met Engels raaigras en mechanische harkbewerking. Zo kan het team niet alleen beoordelen wat iedere maatregel afzonderlijk doet, maar ook wat er gebeurt wanneer verschillende maatregelen samen worden toegepast.
Die opzet sluit beter aan op de praktijk. Golfbanen worden immers niet met één afzonderlijke maatregel beheerd. Bemesting, doorzaaien en mechanisch onderhoud maken samen deel uit van het dagelijkse beheer.

Van links naar rechts: Flip Wirth (DGB), Jan Huibers (De Batouwe), Ramon Timmermans (ICL).
Duurzamer beheren met behoud van speelkwaliteit
Voor Hoofd Greenkeeper Jan Huibers sluit de proef aan bij de bredere ambitie van Golfcentrum de Batouwe om de baan verder te verduurzamen zonder concessies te doen aan de speelkwaliteit.
“Bij De Batouwe willen we de baan stap voor stap duurzamer beheren, met behoud van speelkwaliteit. Deze proef past daar goed bij. Samen met de DGB-groep en ICL kunnen we in de praktijk zien welke maatregelen bijdragen aan een sterkere fairway en minder afhankelijkheid van herbiciden.”
Flip Wirth is oprichter van DGB en zet zich in om greenkeepers te helpen duurzamere keuzes te maken op basis van zichtbare resultaten uit de praktijk, zonder de speelkwaliteit uit het oog te verliezen. Zijn focus ligt op praktische kennis: greenkeepers laten zien wat verschillende onderhoudskeuzes onder echte baanomstandigheden kunnen betekenen.
“Voor veel greenkeepers is sturen op verzamelde data nog geen dagelijkse praktijk. Met deze proef kunnen we laten zien welke onderhoudskeuzes effect hebben op de fairway. Dat helpt om duurzamer golfbaanbeheer concreet en bespreekbaar te maken.”
Betrouwbare praktijkdata over meerdere seizoenen
Hoewel de proef in Nederland wordt uitgevoerd, speelt het vraagstuk op golfbanen in heel Europa. Regelgeving, beschikbare producten en verwachtingen van golfers verschillen per markt, maar de uitdaging is vergelijkbaar: een sterke, kwalitatief goede grasmat behouden met minder inzet van chemische middelen.
Voor Andy is het belangrijk om eerst meerdere seizoenen data te verzamelen voordat conclusies worden getrokken.
“Ik verwacht geen wonderen. Er zullen waarschijnlijk nog steeds onkruiden aanwezig zijn, maar ik wil zien of we het aantal onkruiden kunnen verminderen en de kwaliteit van de grasmat kunnen verbeteren.”
De proef wordt vier keer per jaar beoordeeld: eenmaal in het voorjaar, tweemaal in de zomer en eenmaal in de herfst. Een wintermeting is niet opgenomen. Uit eerdere jaren bleek dat metingen buiten de actieve groeifase van de onkruiden weinig relevante informatie opleveren voor de proefopzet en analyse.
Op alle 80 proefplots worden verschillende gegevens verzameld, waaronder:
- het aantal onkruiden per plot;
- de wortellengte;
- de kwaliteit en visuele beoordeling van de grasmat;
- foto’s van afzonderlijke plots;
- dronebeelden, waar mogelijk;
- DGCI- en NDVI-metingen;
- de data waarop behandelingen worden toegepast;
- de momenten waarop wordt doorgezaaid en mechanisch geharkt.
Alle resultaten worden per plot vastgelegd en door ICL geanalyseerd. Door de ontwikkelingen meerdere jaren te volgen, ontstaat een betrouwbaarder beeld van de invloed van de verschillende maatregelen op de onkruiddruk en de fairwaykwaliteit.
Wat leren we uit de proef?
De proef is niet bedoeld om één maatregel als dé oplossing aan te wijzen. Het doel is om praktijkdata te verzamelen waarmee greenkeepers beter onderbouwde keuzes kunnen maken binnen een geïntegreerde beheerstrategie. Andy: “Deze proef loopt voorop als het gaat om het verzamelen van praktijkbewijs. De proef zal het probleem niet volledig oplossen, maar hopelijk levert hij ons wel robuuste en bruikbare informatie op.”
Voor ICL past de proef binnen Integrated Turf Management: het combineren van bemesting, agronomie, cultuurtechnische maatregelen en praktijkdata om gezondere en sterkere speeloppervlakken te ontwikkelen. Wat de resultaten uiteindelijk ook laten zien, de proef bij De Batouwe vergroot het inzicht in geïntegreerd onkruidbeheer. Die kennis helpt greenkeepers om hun beheer aan te passen aan veranderende omstandigheden en tegelijkertijd de speelkwaliteit te blijven leveren die golfers verwachten.



