Bemesting van aardappelen en teeltadvies
Ontdek alles wat je wilt weten over de bemesting van aardappelen en de teelt van aardappel (Solanum tuberosum). Op deze pagina vind je praktische richtlijnen en strategieën om de opbrengst en knolkwaliteit van aardappelen te optimaliseren.
Bemestingsadvies voor het telen van aardappelgewassen

Aardappelplanten met gezonde bladeren

Aardappelen geoogst in optimale conditie
Aardappel (Solanum tuberosum) is één van de belangrijkste akkerbouwgewassen wereldwijd en speelt in Noordwest-Europa een centrale rol binnen de landbouw. Aardappelen worden geteeld voor verschillende toepassingen, zoals verse consumptie, verwerking (frites en chips) en pootgoed.
Door de hoge opbrengstpotentie en relatief beperkte beworteling is aardappel sterk afhankelijk van een nauwkeurige bemesting. De juiste balans in nutriënten is essentieel voor zowel opbrengst als kwaliteit, zoals knolgrootte, onderwatergewicht, bakkleur en bewaarbaarheid.
Op deze pagina vind je praktische richtlijnen voor een optimale bemesting van aardappel, afgestemd op de Nederlandse teeltpraktijk.
Teeltomstandigheden
Aardappelen groeien optimaal op goed doorlatende bodems met een pH tussen 5,5 en 6,7.
- Bij een hoge pH (>7,5) kunnen tekorten ontstaan aan fosfaat en micronutriënten
- Een hoge pH verhoogt bovendien het risico op schurft (Streptomyces scabies)
De beste opbrengsten worden behaald op goed doorlatende, luchtige gronden zoals zand- en lichte leemgronden, met voldoende organische stof.
Optimale omstandigheden voor wortel- en knolontwikkeling:
- goed gedraineerde bodem
- voldoende zuurstof in de wortelzone
- bodemtemperatuur tussen 15 en 20 °C
Kortere daglengte stimuleert de knolvorming, terwijl langere dagen de vegetatieve groei bevorderen.
Groeifasen en voedingsbehoefte
De groeifasen van aardappel bepalen in grote mate de nutriëntenbehoefte en de bemesting van aardappelen gedurende het groeiseizoen.

De nutriëntenbehoefte van aardappel verandert gedurende het groeiseizoen. Een goede afstemming van bemesting per groeifase is essentieel voor een hoge opbrengst en optimale knolkwaliteit.
- Opkomst en beginontwikkeling
Snelle wortel- en scheutontwikkeling, sterke behoefte aan fosfaat - Loofgroei
Opbouw van bladmassa en fotosynthesecapaciteit, stikstof is bepalend - Knolinitiatie
Kritische fase waarin het aantal knollen wordt bepaald - Knolgroei en vulling
Hoge behoefte aan kalium voor knolgrootte, zetmeelopbouw en kwaliteit - Afrijping
Balans in stikstof en kalium belangrijk voor loofdoding, schilvastheid en bewaarbaarheid
Een goede timing van bemesting voorkomt overmatige loofgroei en stimuleert een efficiënte knolontwikkeling.
Rol van nutriënten
Een gebalanceerde nutriëntenvoorziening en gerichte bemesting van aardappelen zijn essentieel voor zowel opbrengst als knolkwaliteit.
Stikstof (N)
Stikstof stimuleert loofgroei en opbrengst. Overmatige stikstofgift, vooral later in het seizoen, kan leiden tot te veel loofgroei en een vertraagde afrijping. Dit heeft een negatief effect op knolkwaliteit, zetmeelgehalte en bewaarbaarheid.
Fosfaat (P)
Fosfaat is cruciaal voor een snelle beginontwikkeling en wortelgroei. Een goede fosfaatvoorziening draagt bij aan een optimale knolzetting.
Kalium (K)
Kalium speelt een sleutelrol in opbrengst en kwaliteit. Het bevordert het transport van suikers naar de knollen, verhoogt het zetmeelgehalte en verbetert de weerstand tegen droogte, ziekten en stress.
Magnesium (Mg)
Magnesium ondersteunt fotosynthese en enzymatische processen. Een goede voorziening draagt bij aan opbrengst en zetmeelvorming.
Zwavel (S)
Zwavel verbetert de stikstofbenutting en eiwitsynthese en draagt bij aan een betere knolkwaliteit en ziekteweerbaarheid.
Calcium (Ca)
Calcium versterkt celwanden en is belangrijk voor knolkwaliteit, schilvastheid en het verminderen van bewaarziekten zoals rot.
Nutriëntbehoefte en opname
Aardappelen hebben een hoge nutriëntenbehoefte, met name voor kalium. Door deze hoge nutriëntenbehoefte is een nauwkeurige bemesting van aardappelen noodzakelijk, vooral bij intensieve teelten.
Typische bemestingsrichtlijnen (afhankelijk van teelt en opbrengstniveau):
- Stikstof (N): 100–300 kg/ha
- Fosfaat (P₂O₅): 50–90 kg/ha (consumptie/verwerking)
- Kalium (K₂O): 250–350 kg/ha
Kaliumopname is relatief hoog: aardappelen nemen ongeveer 1,5 keer zoveel kalium op als stikstof.
Gemiddelde opname per ton opbrengst:
- N: 5,5 kg
- P₂O₅: 1,7 kg
- K₂O: 7,5 kg
Een continue beschikbaarheid van nutriënten gedurende het seizoen is essentieel voor een optimale benutting.
Nutriëntgebreken
Tekorten aan nutriënten kunnen leiden tot opbrengstverlies en verminderde knolkwaliteit.
- Stikstofgebrek: lichtgroene tot gele bladeren, groeiremming
- Fosfaatgebrek: geremde groei, donker blad, paarsverkleuring
- Kaliumgebrek: randverbranding, necrose, lagere knolkwaliteit
- Magnesiumgebrek: chlorose op oudere bladeren
- Zwavelgebrek: vergeling van jonge bladeren
Vroegtijdige signalering en correctie zijn belangrijk om schade te beperken.
Bemestingsstrategieën
Voor een optimale bemesting van aardappelen wordt gebruikgemaakt van verschillende bemestingsstrategieën, afhankelijk van bodemtype, teeltsysteem en opbrengstdoel.
Basisbemesting
Een goede basisbemesting voorziet het gewas in de eerste groeifasen van voldoende nutriënten. Dit gebeurt vaak met samengestelde meststoffen of blends.
Rijenbemesting
Rijenbemesting (bij het poten) zorgt voor een efficiënte benutting van nutriënten, vooral van fosfaat in de beginfase van de aardappelteelt.
Voordelen:
- betere wortelontwikkeling
- hogere nutriëntenefficiëntie
- snellere beginontwikkeling
Bijbemesting en fertigatie
In intensieve teelten en bij beregening kan bijbemesting of fertigatie worden ingezet om de bemesting van aardappelen nauwkeurig af te stemmen op de behoefte van het gewas.
Gecontroleerd vrijkomende meststoffen (CRF)
CRF’s kunnen worden ingezet om nutriënten geleidelijk vrij te geven gedurende het seizoen.
Voordelen:
- betere nutriëntenbenutting
- minder uitspoeling
- stabielere groei
Bladbemesting
Bladbemesting wordt gebruikt als aanvulling op de basisbemesting, met name voor:
- het corrigeren van tekorten
- ondersteuning bij stress
- verbetering van knolkwaliteit
Conclusie
Aardappelteelt vraagt om een nauwkeurige en gebalanceerde bemestingsstrategie.
Belangrijke aandachtspunten:
- juiste balans tussen loofgroei en knolontwikkeling
- hoge kaliumbehoefte voor opbrengst en kwaliteit
- goede fosfaatvoorziening bij de start
- beheersing van stikstof voor optimale afrijping
Met een gerichte bemesting is het mogelijk om zowel opbrengst als kwaliteit en bewaarbaarheid van aardappelen te optimaliseren.






