Vroege zwavelbemesting op grasland: drie proeven in Denemarken

Wat kan een vroege zwavelgift betekenen voor de opbrengst en voederwaarde van grasland? In 2026 volgden we drie praktijkproeven in het Deense Jutland. Op alle drie de proefvelden werd met Polysulphate meer drogestof én meer eiwit geoogst. Op één proefveld liep de extra drogestofopbrengst zelfs op tot bijna 27%.

1 september 2026
3 min

Op deze pagina:

    Meer ruwvoer en eiwit van eigen land halen is voor iedere melkveehouder interessant. Een goede mineralenvoorziening in het vroege voorjaar kan daaraan bijdragen. Maar wat zien we daarvan terug in de praktijk?

    Om dat te onderzoeken zijn in Jutland drie praktijkproeven uitgevoerd. Eén proef lag in gras en twee in grasklaver. Op ieder proefveld werd de bestaande bemestingspraktijk vergeleken met een behandeling met Polysulphate. Van de eerste twee sneden zijn vervolgens de opbrengst en voederwaarde bepaald.

    De resultaten laten een duidelijke lijn zien: op alle drie de proefvelden was de drogestofopbrengst hoger met Polysulphate. Ook werd in iedere proef meer eiwit per hectare geoogst.

    Toch waren de verschillen tussen de proefvelden groot. En juist dat maakt deze praktijkproeven interessant.

    Van 583 tot 2.451 kg extra drogestof per hectare

    In de eerste proef, op gras, steeg de drogestofopbrengst over twee sneden van 5.202 naar 5.785 kg/ha. Dat betekent 583 kg extra drogestof per hectare.

    Op het tweede proefveld, met grasklaver, liep het verschil verder op. De opbrengst steeg van 8.757 naar 10.450 kg drogestof per hectare: een verschil van 1.693 kg.

    Het grootste verschil zagen we in de derde proef met grasklaver. Daar steeg de opbrengst van 9.105 naar 11.556 kg drogestof per hectare. Dat is 2.451 kg extra, oftewel bijna 27% meer drogestof over de eerste twee sneden.

    Ook meer eiwit van een hectare

    Voor een melkveehouder telt natuurlijk niet alleen hoeveel drogestof er wordt geoogst. Ook de voederwaarde bepaalt wat het gewas uiteindelijk oplevert.

    Daarom werd in de drie proeven ook de eiwitopbrengst bepaald. Daar zien we een opvallend consistent resultaat: met Polysulphate werd in alle drie de proeven én in beide sneden meer eiwit per hectare geoogst.

    Gemiddeld ging het om 111 kg extra eiwit per hectare in de eerste snede en 135 kg extra in de tweede snede.

    Ook de berekende financiële opbrengst van het geoogste voer was bij de Polysulphate-behandeling in alle drie de proeven hoger.

    Waarom zijn de verschillen tussen de proeven zo groot?

    De drie proeven vonden plaats onder verschillende praktijksituaties. Zo verschilde de bestaande zwavelbemesting en werd Polysulphate niet overal op hetzelfde moment en op dezelfde manier in de bemestingsstrategie opgenomen.

    In de eerste proef werd Polysulphate bijvoorbeeld pas op 10 april toegepast. Bovendien werd het gecombineerd met een NS-meststof, waardoor ook in de standaardbemesting al zwavel aanwezig was. Van de drie proeven was het verschil in drogestofopbrengst hier het kleinst.

    Ook in proef 2 werd Polysulphate gecombineerd met een NS-meststof. Toch waren hier duidelijke verschillen zichtbaar in drogestofopbrengst, eiwit en berekend rendement.

    In proef 3 kreeg de standaardbehandeling geen minerale zwavel en werd Polysulphate gecombineerd met een N-meststof. Hier werd het grootste verschil in drogestofopbrengst gevonden.

    De proeven zijn niet opgezet om afzonderlijk te bewijzen welke van deze factoren de verschillen veroorzaakt. Ze laten wél zien dat de uitgangssituatie en de manier waarop zwavel in de voorjaarsbemesting wordt opgenomen ertoe doen.

    Zwavel vroeg beschikbaar voor de eerste groei

    Voor een optimale benutting is het belangrijk dat zwavel al vroeg in het groeiseizoen beschikbaar is. Op basis van de proeven is het advies om 200 kg/ha Polysulphate eind februari toe te passen, vóór de drijfmestgift, gevolgd door de stikstofbemesting in maart.

    Polysulphate levert daarbij niet alleen zwavel, maar ook kalium, magnesium en calcium. Door Polysulphate gericht in de voorjaarsbemesting op te nemen, kan een NS-meststof worden vervangen door een N-meststof.

    Zo wordt de mineralengift onderdeel van de totale bemestingsstrategie voor het grasland, in plaats van simpelweg een extra gift boven op de bestaande bemesting.

    Bekijk de resultaten van de drie praktijkproeven

    Hoeveel verschil zat er precies tussen de behandelingen? Wat gebeurde er met de energie- en eiwitopbrengst? En wat betekende dat voor het berekende rendement per hectare?

    Op de trialpagina vind je de volledige proefopzet en resultaten van alle drie de praktijkproeven, inclusief drogestofopbrengst, energie, eiwit, voederwaarde en rendement.

    Bekijk de volledige resultaten van de drie proeven

     

     

    Lees meer van deze auteur
    Direct naar de details van deze proeven